Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46 DE STRIJD DER REUZEN. Nauw had de Stad dees Hemel grooten,

Van hulp en bijftand half ontbloot, In haaren wijden kring beflooten,

En wel onthaald, of Zij genoot Alreê der Goden gunstbewijzen; Zij zag alom de welvaart rijzen;

Die.naakt was, wierd door hun gekleed. En binnen weinig dagen gong 'er In Memfis geen, die door den honger

Geplaagd wierd, of 'er armoê leed.

De Wijngod drukte van zijn' druiven,

Met eene meer dan milde hand, En deed droefgeestigheid verftuiven,

Uit Memfis, en het ganfche land. Egijpte zag haar druk verdwijnen, En leerde toen de deugd der wijnen,

Haar onbekend, tot op dien ftond. ArJoüo fchonk haar nutte kruiden, Die, door de zon en 't lieflijk zuiden,

Gekoesterd wierden in den grond.

Vrouw

Sluiten