Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE ZANG. 47 Vrouw Ceres nam, om 't land te mesten,

Den vetten flib des Nijls te baat» Waarom nog nu geen der gewesten

Dat Land in graan te boven gaat. Pomona wou Hen ook gedenken, Door puik van geurig ooft te fchenken,.

Ver boven ander fruit geacht. Pan zorgde voor het rund en fchaapen, En deed de herders veilig flaapen,

Zelfs in het holste van den nacht.

Ook wil men, dat Hij in die Honden,

Aan den bezoomden breeden vliet, De herders fluit hebbe uitgevonden,

Te faam gefield uit wasch en riet. Althans geen volk is meer ervaaren, Op pijp en fister, fluit en fnaaren.

Minerva leerde Egijptenland 't Geheugen, door de kunst, te (lijven; Zij wees hun aan, hoe men kon fchrijven,

Op bladen van den Biblosplant.

Nep,

Sluiten