Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V T F D E ZANG. 53

Het puik der Italiaanfehe Vlooten,

Waarop Antonius aan 'c roer, Met zijn' getrouwe tochtgenooten,

In zegenpraal naar Rome voer, Was bij deez' trotfche reuzen-jachten, r Gelijk een aantal pinkjes te achten: .;

Men had, tot timm'ring dezer Vloot, Zoo ver het oog zulks kon befcluuwen, 'f Geheele bosfchen om doen houwen, »

En gansch Thesfalien ontbloot.

Die Vloot intusfchen, met haar' Helden, '?

Bijkans tot zinkens toe bevracht, Begeeft zich ftraks op Nereus velden;

Daar zij naar Thetis bijftand wacht. Dan 't is vergeefseh, zij zoekt door roejen, ' Naar't rijk Egijpten heen te fpoejen ,

En vaart vast, tegen ftroom en wind, In weerwil van de Nereïden, En hun, die op de zee gebieden;

Dewijl zij nergens bijftand vinde.

D 3 Ae-

Sluiten