Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 DE STRIJD DER REUZEN. Kanopus zag toen juist met oogen

Van gunst op zijne dienaars neer. Hij keerde, door zijn groot vermogen,

Het Nijlvocht naar de bronnen weêr. Zoo zag men ook, in laater dagen, De Maas en Rhijngod zorge draagen,

Dat niet een t'faamgerot Gefpuis Het beste deel der Nederlanden, Door 't werk van hun'vervloekte handen,

Verdrinken deed, met man en muis.

Dit echter meent men, dat de draaken,

En Hangen, die dien fchoonen plek, Nog heden zoo gevaarlijk maaken,

Ontftaan zijn uit der Reuzen drek. Dan... daar vast, met gezwinde hielen, Held Tifon weerkeert naar de kielen,

Bedenkt Hij vast met zijn verftand; Wat nu het eerst dient voorgenomen. Hij fpreekt zijn' makkers aan, gekomen

Op 't lommer dervend Libiesch ftrand.

Ver-

Sluiten