Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE ZANG. 6? Vertrekken wij, ó kloeke Helden !

Na dezen uittocht met de vloot, Wéér naar de vaderlandfche velden,

Vcrneemen wij, waar Hen de nood, En angst thans heeft naar toe gedreevem Laat Ons, Ons derwaards heen begeeven,

Al waar het zelf naar 't Hemel-hof; Wij moeten Hen van daar verdrijven, En Ons in 't wettig erfdeel ftijven,

Bekleed met roem, en eer , en lof.

Laat Ons het wijs Abdera vraagen,

Wat tot die Gods-beftorming faalt, En Ons het best zou kunnen fchraagen;

Die Stad heeft vaak den prijs behaald, Door fchrand're en nutte wetenfchappen, Ligt weet zij voor Ons breede trappen,

Waar mee men naar den Hemel klimt; Of ligt vindt zij een lucht gevaarte , Waar uit, in weerwil onzer zwaarte,

Men zelf Jupijn in 't aanzicht grimt.

E a Neen

Sluiten