Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68 DE STRIJD DER REUZEN. Neen zegt Eurkes wel beraaden:

Wij hebben Hechts tot dezen krijg, Zoo 't zijn moet, berg op berg te kaden,

Tot dat men dus ten hemel Hijg'. Thesfalien is allerwegen , Door haare rijkheid, Ons genegen,

Zoo we, op het toppunt van Parnas, Den hoog-gekruinden Osfa werken, En die met Pelion verkerken,

Zijn wij met hem haast waterpas.

Wij kunnen dan, met harde rotfen,

Uit Pindus duister ingewand , De Goden naar de hielen klotfen,

En maaken Hen gelijk van kant. Deez' raad kon, bij de Strijd-gezinden, Alom terftond zijn' aanhang vinden.

Men prees Eurites fchrander breijn, En wenschte maar, dat toch de Goden Ten Hemel mogten zijn gevlooden,

Ora met Hen aan den dans te zijn.

't Was

Sluiten