Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E S T R IJ D

DER

REUZEN,

OF DE

GESTRAFTE

HEERSCHZUCHT.

ZEVENDE ZANG.

y//aoo 'k immer', in den ftrijd der Goden,

Dien Heerzucht mij rhans zingen doet, Uw' bijftand, Zangnijmf! had van noden;

't Is nu, daar die een einde fpoedc. Ai, Iaat mij thans die hulp niet faalen? Daar ik nog zingend moet verhaalen,

Der Reuzen roekelooste daên , En voor verdwaasde Stervelingen , Tot ecuw'gen affchrik gaa bezingen,

Wat troisheid niet al durft beftaan.

't Gaat

Sluiten