Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE ZANG. %s Dus klaagt en kermt de droeve Moeder,

Verdelgker van haar eigen kroost. Held Tifon, met zijn' wreeden Broeder,

Almede meer dan half geroost, En echter nog ten krijg genegen, Verweerden zich fteeds allerwegen:

Zoo dat de Olijmpus van het bloed Der Goden, die hun wederflonden, En die zij in het vechten wondden,

Als door een fpringbron wierd gevoed.

Dan eind'lijk, na langduurig poogen,

Op 't onverwinbaar Godendom, In hunnen ijd'len waan bedroogen ,

Vervolgt de wraak dit paar alom. Zij wierden overlaan met fchanden, En door het gat, met eigen handen

Gemaakt, in '% hooge hemeldak, Met eeuwig wroegen van 't geweten, Terkond van boven neer gefmeeten,

Dat de Etna opfprong van den finak.

F 3 Ju-

Sluiten