Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0(5 EENIGE GELEERDE

gij zult, ter goeder uur,

De Goden boven al godvruchtelijk behaegen, En Ceres de Godin van V koren, na de dagen Des ackerbouws, als V werk ten vollen is bsfelt, Gaan afren, jaer op jaer, wanneer de winter fmelt, De lente tijd tntluickt, het lam gedost zoo wolligh, Valt dan het allcrvetst, de wijn wel ruim zoo molligh, De flaap op 7 aller zoetst, de fchaiuw allerdichtst, Laet dan al deackerjeught vrouw Ceres; op V verplichtst Aenbidden : droeg haer melk en honigh lekkernijen, En wijn op, en gelcij de zeug, die gij wilt wij en, En dragtbaar is drijmael om d'ackcrs, met den reij Der mackren achter aen, op juichende gefchrcij En laetze aldus den oogst ackers en de fchoven Ter fchuure inwenfehen met gezangen, die haer loven. En niemant fla de zicht in V rijpe korcnlant, Eer hij den eickenkrans om V hooft met cenen bant Gevlochten hehbe, en op zijn boers met dankbre tongen Ft 'ouw Ceres toegedanst en eere toegezongen.

Vondel.

Welke plaats, fchoon wat lang, ik hier geheel opgeef, om dat ze ons Christenen ter befchaming dient, die veel al met de zeuge de eikels eeten, zonder te zien op den boom van wien dezelve afdruipen, ja zelfs op eene ondank-

Sluiten