Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102 E E N I G E GELEERDE Wat fchenkt u Mars. Zie Ovid. Met. L. i. vs. 142.

Jamque nocens fcrrum , ferroque uocentius aurum Prodierant: prodit helium, quoJpugnat uiroque; Sanguinedque manu crcpitantia concutit ar;::a.

ei virgo caede madentes

Vliima cofleftüm, terras Aftraea reBquit.

Zoo kwam het ijzer en het goud dat èterper lag':, En zoo veel fnooder is dan ijzer voor den dagh. De krijgh begon, die met dees twee niet langer fsmmel., Maer met zijn blóende vuist in V blanke harnas rammelt.

Ajlrea wordt verdreven,

De leste van de Goón, die angstig en beducht, De verrek root van moort, ter nauwer noot ontving!:!.

Vondel.

Minerva zelv met al haar vonden. Over de ijdelbeid en voortrefiijkheid der wetenichappen zie de fbaije redenvoering van Turretinus.

Bl. 12.

Druk nee: leed. Zie Ovid. Met. L. 1. vs. 89. en volg.

Aurea prima fata efl aetas.

HL Ma fecurae peragebant otia ment es.

En gij de zat gegraasde fchaapen

Van zelf zich naar de kooi zaagt fpóen.

Zit

Sluiten