Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io8 E E N I G E GELEERDE

noemd worden , zoo zingt Hotat. L. 2. Od. 3. vs. 15.

Dum rcs ct act as et foferum

Fila trium patiuntur atra. de tweede heet Lachefis, de derde Atropos. El. 29.

's Fuurgods laagcn. Zie hier van Virg. Gcorg. L. 4. vs. 345-

Liter quas euro* Cfjmene narrabat inancm Fulcani, Martisquc dolos et dukia furta.

' " Klijmeen verhaalde vast,

Bij dit gezelfchap, hoe Vulkaen den boel verrast, Defchalkhcit van Codi Mars, zijn zoete fuickertjep,

Vondel.

Geestig is het puntdicht op dit geval bij Sannazaai Iib. 8. N. 11.

Incultam afpicicns fylvis Cytherea Dianam

Rifit, et an tendis rctia fempcr ? ait. Cui Dea cafta: Feris air non ego rctia tendam,

Tendere fi potuit vir tuus illa tibi? Waar van de overzetting te vinden is in de nieuwe Bijdragen 1. deel bl. 422.

Dione zag Diane en '/ vrtuwUjk jachtgezin, Rondzwervende in het boscb, de looze frikken zetten ;

Zij lachte met de maagd, en vroeg haar; ó Godin, Spant gij voor V bange wild dan altijd uwe netten ?

Rot

Sluiten