Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN." lo>

Hoe fprak de Jachtgodes, is'/ netten /pannen fchand:

Waarom toch, daer uw Man voor Uvel netten fpanti Zie deze hiiïorie omüandig opgezongen door Demodocus bij Hom. Odyf. L. 8. vs. 266. en verv.

Bl. 30.

Veedief. Mercuur betoonde zijne behendigheid in de Vee-dieverij , bij Apollo, die de runderen van Admetus Koning van Thesfalien bewaakte, want terwijl deze hem met zijne ftem wilde verjaagen, zag hij zich ook teffens van zijnen pijlkoker beroofd. Ten minste zoo brengt Horat. L. 1. ode 10. deze twee diefftallen van Mercuur geestig te faamen.

Te canam magni Jovis et Deorusn Nuntium, curvaeque lyrae Parenten:;. Callidum, quicquid placuit, jocofo

Condere furto. Te hoves olim nifi reddidisfes Per dolum amotas, puerum minaci Vocc dam terret, yiduus pharetrd Riftt Apollo.

Van U zal ik zingen, Goden tolk, en Afgezant van den groot en Jupijn , uitvinder der bogtige lier , die zoo loos, uit boert, alles kunt weg fteelen wat U aanftaat! als U, op zekeren dag, toen gij nog maar een kind waart, Apollo door drijgtaal wilde noopen, hem zijne ge fooien runderen

wèer

Sluiten