Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aanmerkingen, 113

Porrum et cepe ncfas violare et frangere morfu. O fanctas gentes, quibus haec nascuntur in hortis Numina !

Wie weet niet, Fohtjtus Bitijnicus, wat /lag van monfierS het dwaas Egijpte dient ? fommigen aanbidden den Crocodil, anderen uit vrees den vogel Ibis dien Serpentvraat: —^Hier bewijst men eerbied aan Zee-vis, daar aan Rivier-vis-, op een ander dienen ganfche Steden een Hond, niemand Dmna. Look en Ajuin te fchenden en te kauwen is tegen de wet. 6 Heilige Volkeren, die zulke Goden in de tuinen hebt wasfen !

Welk bijgeloof der Egijptenaaren Cicero echter fchijtr, voor tefpreeken in zijn i. boek de Nat. Deor., daar hij dus fchrijft. Ipfi qui inridentur Aegyptii, nullam belluam nifi. ,$b aliquam utili totem, quam ex ea caperent confecraverunu

Bl. 45.

Beeldfpraakige figuuren. De hieroglyphica of beelden fpraak der Egijptenaaren is te bekend, dan dat ik 'er wijdlopig van behoef te melden. Lucan. L. 3. vs. 220. zing: 'er van

Phoenices primi, famae fi creditur, aufi Manfuram rudibus vocem Jlgnare figuris. Nondum flumineas Memphis contexere biblos Noverat, et faxis tantum, volucresque, feraeque, Sculptaque fervabant magicas animalia linguas.

H De.

Sluiten