Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Itö EENIGË GELEERDE

kend, aanwees; waarom zij bijde als Goden onder de gedaante van eenen Os of Stier Apis genoemd, geëerd zijn; het is onmogelijk alle de bijzondere gisfingen en uitleggingen der Schrijvers over dezen Ofiris en Ifis op te geeven, Homerus noemt hem den Vader, en haar de Moeder aller Goden. Die meer hier van begeert zie Plutarchus in übro de Ofiride.

En wat van plant, of kruid, of dier is. enz. Zie de aantekening op de woorden Dier en Plant, bladz. 112.

Aftaroth. Dezelfde met Aftarte, deze Godin wierd ei. genlijk bij de Asfijriers, Tijriers en Sijdoniers gediend, zie 1. Kon. n. vs. 5., alwaar gezegd wordt: dat Salomo Aftoreth den God der Sijdoniers nawandelde, waar voor men bij de LXX. griekfche Overzetters den naam Aftarte vindt. Het zal zommigen vreemd fchijnen, dat ik hier Aftaroth onder de Egijptifche Afgoden geplaatst heb, dan daar ik bij Philaftrius vond dat Aftaroth eene Koninginne der Egijptenaaren geweest is, dacht ik dezelve veilig onder hunne Afgoden te moogen plaatzen. Wil echteriemand voor Aftaroth liever Behemoth leezen, welke, als dezelfde met den Krokodil, volgen* Juvenal, Sat. 15. geen der geringste Afgoden der Egijptenaaren was, ik heb er niets tegen.

Bl. 46.

Apollo fchonk haar nutte kruiden. Over de kruiden en plantgewasfen van Egijpten zie W. Gocree Mofaifche Hifto-

rie 2de deel 8. Hoofd. Bl.

V

Sluiten