Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. .117'

Bl. 47.

Vetten flib des Nijls. W. Goeree in zijne Mofaifche I li ftorie 2de deel 1. Hoofd, meldt van deze vruchtbaarmaking des Nijls het volgende : " dewijl het in Egijpten zeer „ fchaars regent, en in fommige gewesten bijna nooit; zop „ verftrekt de Nijlftrootn den Egijptenaaren, gelijk als de „ cenige werkbaas van de vruchtbaarheid, en is zoo wel „ een uitdcelcr van overvloed, als van gebrek; naar mate „ zij wel met derzelver hooge of middelmaatige, of zeer „ laage overvloejiug ftaan." En van Lucanus L. 8. vs.446. wordt daarom Egijpten te recht genoemd:

Terra ftiis contenta bonis, non indiga mercis,

Aut Joris: in foio tanta efl fiducia Nilo. alwaar, ik denk, dat door Jupiter den regen moet verdaan worden, zoo zegt Virgil. dat Jupiter in den regen nederdaalt Ecl. vin. vs. 60.

Jupiter et lacto defcendet plurinius imbri. waarom hij bij de Grieken x»1et/3oil»r genoemd wierd.

Pomoim wou hun ook gedenken. Over het keurig Ooft van Egijpten kan worden nagezien W, Goeree Mofaifche. Hiflorie 2de deel. 8. Hoofd. bl. 469. en volg. tot een Haaltje wil ik alleen aanhaalen 't geen Diodorus Siculus van den Perzik boom in Egijpten getuigt: " De Perzik-boom zegt „ hij, wordt van de Egijptenaars in groote waarde gehou„ den, en brengt in dat land vruchten voort van lu'tneejnen„ de zoetigheid.

H 3 Bl.

Sluiten