Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 133

van Camoens aannaaien uit den zang zijner Lufiade: daar hij, volgens de overzetting van den Heer Stoppendaal, dus zingt: Verders, was de oorlog der Goden tegen de Reuzen verbeeld, men zag Typheus onder den Etna bedolven en ftroomen vuurs braakende. De Lezer neeme niet kwaalijk, dat ik mij hier, en elders alleen van eene overzetting bediend heb; het fpijt mij genoeg dat ik dezen beroemden Dichter niet in het origineel bezit; ik had dan ook portugiesch in mijne aanmerkingen kunnen mengen; eene zeldzaamheid, die aan dezelve geenen geringen luister zou hebben bij gezet. Men leere hieruit, zich ook van zulke boeken te voorzien, van de welke men geen woord verftaat, wijl men niet weet, waar zij zoms kunnen te ftaade koomen.

Hunftraf. Virgil. L. 3- Aeneid. vs. 578.noemt, in navolging der griekfche Dichters Orfeus en Smyrnajus, alleen Enceladus, aan wien deze ftraf te beurt viel: Fama est Enceladi femustum fulmine corpus Urgeri mole hac, ingentemque infuper Aetnam hnpofitam ruptis flammam exfpirare caminis.

■ Men zegt dat kier het reuze lijf

Enceladus, gebrant of half gebrant getrofen

Van weerlicht, metgewelt, ter aarde neêrkwamplofen,

Geplet van dit gevaarte, en Etna neergefmakt

Met zijn zwaerlijvigheit, leght hem op V lijf gepacht.

I 3 Van

Sluiten