Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MARIA VAN LALA IN»

AAN HAAR' GEMAAL,

DEN PRINS VAN ESPINOI;

NA HET VERLIES VAN DOORNIK.

Grootmoedige Espinoi! gun dat uw gemalinne,

Nu Parma meester is van haar, en Doorniks wal, Verneme dat uw moed 't geen zweemt naar vrees verwinne.

Naar vrees die om myn lot gewis u foltren zal. Na Doornik door het lot des oorlogs ging verloren,

Ik zeg door 't oorlogslot, niet door flauwhartigheid, Kan niets de rust in 't hart van uw Lalain verftoren,

Dan 't denkbeeld dat uw ziel haar hagchlyk lot befchrelt, Gy, 6 geliefd gemaal! bekleed, na 't aklig vallen

Der muren door myn' moed met mannenkracht verweerd ? Alleen in my de plaats dier zo geliefde wallen,

Naar wier verlies myn hart niets dan uw rust begeert. Elk weet hoe ftout myn vuist Kastiljes magten tartte;

Thans gespt de huwlykstrouw de liefdewapens aan, Thans ftorm ik op den rouw, beleegraar van uw harte;

Och! mogt myn trouw uw hart van dat beleg ontdaan ! Wat ook de faam al 't land deed van myn fierhe'd hooren,

penk niet dat fierheid ooit myn tederheid verwinn';

Sluiten