Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN DEN PRINS VAN ESPINOI. 13

Die, met den grootften roem , zyn waar geluk kon vesten,

En, met vermaak, de dood, of 't fchandjuk onderging ? Gy kunt uw' Espinoi, voor 't laatst, myn' voorflagfchryven;

Maar denk 'er by, dat wy te verre zyn gegaan Om, zo gy weigrend' blyft, uw' vrind te kunnen blyven,

En dat gyzelf ons dwingt voor fmaad naar wraak te ftaan. Ziedaar, geliefd gemaal! wat my word opgedrongen:

De dood, de ketenen, of uwe en myne fchand'. Uw keus word door dit fchrift u geenszins afgedwongen;

'k Weet de uwe, en gy de myne... Ons hart bemint ons land! En uwe en myne keus laat zich dus licht befeffen;

Ten minde ken uw gade aan 't antwoord dat zy gaf: Uw aanbod, was myn taal, is vreemd; wien zou 't niet treffen!

Een loon voor landverraad! en voor getrouwheid ftraff... 't Is grootsch!... Zo Rennenberg, of iemant uwer benden,

Wiens oordeel, moed of deugd bekend waar' voor gering, Beflooten had zich dus tot een Lalain te wenden,

Ontferming waar' dan 't loon, of verontwaardiging: Maar dat een man voor 't hof, als voor den kryg, geboren,

Wiens fyne fchranderheid beroemd is overal, Die mengling van gedreig en laag gevlei doet hooren,

Is iets dat niemant licht, wie 't zy, begrypen za!.\ Het is als of Lalain aan Parma voor kwam flellen,

(En hier zal inderdaad haar antwoord in beflaan,) Dat hy voortaan Oranje in 't flagveld moest verzeilen,

En van de zy' van Phlips ten fpoedigfte af moest gaan ;

Dat

Sluiten