Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ao CHRISTOFFEL VAN MONDRAGON,

Dus fprak hy. Gy en ik, uit pligt te veld getogen,

Wy haatten onderling gewis elkander nooit: Het zyn de volken niet, ó held! die oorelogen,

Neen.'t is hunn'leidsmans hand die't zaad van volkstwist ftrooit. Hoe 't zy, ik achtte u fieeds, om uwe pligtbetooning Voor uwen opperheer, en om uw' moed en trouw; 't Waar' fchade dat een man zo dienftig voor zyn' koning»

Zo nuttig voor zyn volk, door honger fneuvlen zou_! Ik weet, uit meer dan één van uw verloopen bende,

Door harden nood geperst naar myne legerfteê, De morring des foldaats, uw nooddruft, uwe elende,

En zuchtte, op dat bericht, om al uw oorlogswee. In 't kort móet Middelburg in myne handen vallen,

En om die ftad met fpoed te rukken uit uw hand , Ik-hoL-ft geen dondertuig te bonzen op de wallen;

De honger ftryd voor ons in 's krygsmans ingewand. Ik hoopte, dag aan dag, dat ge u zoud overgeven;

Maar zag, door uwe trouw, myn hoop te leur gefield: 't Heeft in myne achting u ten hoogden top verheven;

Die fchatting is de held verfchuldigd aan den held. Ik weet dat gy bedoot door 't hongerszwaard te derven, Veeleer dan dat ge uw kling aan Nasfau geven zoud; Door krygsgevangenfehap wilt gy het volk niet derven,

Welks eere in 's konings dienst uw zorg is toevertrouwd. Welaan! uw vyand zelf wil aan uw fiere helden, Wier krygsmoed, wier geduld, wier trouw u byfland bood,

Dien

Sluiten