Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2<J DE ADMIRAAL DE COLIGNY,

Die echter, fchoon den grond van Nederland ontweken,'

Zich door het ongeluk geenszins vefifagen liet, Maar binnen Dillenburg in 't hart de zucht blyft kweeken

Voor volk dat hem bemint, en dat hy kluist ren ziet; In 'tkort, held willem, de eer van zyn doorluchte magen !

Beroemd door kracht van taal, door zwygen , trouwen moed, Zy van zyn'vrind , als hy, gedrukt door hooffche lagen,

Van gryzen Coligny! in dit gefchrift gegroet, 't Is hard wanneer een vrind, die zelf met wee moet kampen,

Zichzelv' naauw' troosten kan in zyne tegenheen, Een' eedlen boezemvrind, geprangd in 't juk der rampen,

Niet troosten kan dan met één wankle hoop alleen! Oranje! och! wat is 't lot der meeste groote mannen?

Der meeste üèn van flaat? Hun leven is een liryd. Hoeveel is tegen hen gedurig faam' gefpannen?

En echter word hen noch hunn' hoogen (laat benyd.' Jk ken uw edel hart, cn gy , gy kent liet myne, • Elk onzer trachtte een volk van zielendwang te ontdaan , Elk onzer kweet, als held, belangloos, zich voor 't zyne;

Toch zien we een nydig hof, en lot ons tegenftaanl Doch troosten we ons, ó vrind! al toont zich 't lot verbolgen; i De menfehen vormen zich hun Icvensftanden niet: .'t Lot fchikt geboorte cn (laat; diefchikking moet men volgen ,

En doendechts 't geen de pligt een deugdfaam hart gebied. Gy eert my door een vraag, ik zal u antwoord geven. : Cy eischt een' raad ter hulp van 't jamrend' Nederland:

Uw

Sluiten