Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3ê de admiraal de coligny,

En Holland hoop' daarop, als mede uw dappre Zeeuwen:

Geen volk is hen gelyk óp *t woelende element; Zy leven op den vloed, 't zyn waarlyk waterleeuwen,

Wier koel geitel geen vrees in ftorm, of zeeflag, kent. Uw volk, door zeemagt ééns des dwinglands juk onttcgen,

Móet, zal, in later' tyd, ik ftel dit voor gewis, Zyn' grootften vyand zien in hem die 't landvermogen

Begunstig!, en den bloei der zeemagt tegen is. Ziedaar den besten raad dien ik u weet te geven;

Mogt hy zo nuttig zyn dat hy uw' dank verdien'f De wyste fterveling voorziet in 't vlugtend' leven

De flagen niet van 't land, en kan die niet voorzien. Maar gryze Coligny, doorzigtig, door zyn jaren, Voorziet in dezen raad iets dat u fluiten kan; Doch zal, ondanks zyn' fchroom , zich vry aan u verklaren;

Befcheiden waarheid voegt altoos een' eerlyk man. Ik kan, door tyd verlicht, niet dan te wél dc vorsten:

In rampfpoed braaf te zyn word reeds voor groot geacht, Maar in den voorfpoed niet naar hooger' ftaat te dorsten,

Was altyd grooter kunst dan iemant hunner dacht, Uw ftam, die met den bloei van Neêrlands volk moet ryzen»

Ten loon van uwen dienst, wanneer gy Neêrland red, Word licht, in later' tyd, met duizend eerbewyzen, In *s Stedehouders ftoel, door 't Statenhof, gezet. Dan kan de glans des rangs uw zonen licht verblinden; Een prins van uw geflacht, verliefd op hooger' rang,

Of

Sluiten