Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN PRINS WILLEM DEN EERSTEN. 33

Of flechts op meer gezag, Zal grooter fteunfel vindefi By land- dan watermagt, ten dienst van zyn belang. De fchepen leggen niet in fteden, als foldaten,

En zyn dus niet gefchikt ten dienst van 's vorsten wil; En zucht naar oppermagt, den teugel vry gelaten,

Noemt licht wat haar weêrfïaat een fchaamteloos bedil; Slaat ftoute ontwerpen voor, zelf, of door vleijers monden,

Vermomd hare eerzucht loos met zorgen voor den ftaat; Waar word, by tegenftand , een zekre fteun gevonden ?

By 't krygsvolk, dat doorgaans een volkcregeering haat; Dat zyn bevordring best kan by één' meester vinden,

Dat, als elk ftand op de aard', beheerscht word door belang, En dat, door hoop op loon, zich lichtlyk laat verblinden:

De landmagt, inderdaad! is de eerfte fteun van dwang. Hebt gy het voorbeeld niet van koning Phlips voor deoogen?

Rust zyn voorname hoop op Neêrlands kluistring niet Op landmagt, overal in ftad en burgt getogen ?

Daar niemant tot zyn dienst één fchip gebezigd ziet! Vooruitzigt van dien aart kan Nasfau niet ontflippen;

Doch Coligny , gewoon een' eerlyk' man te zyn, Boeit waarheid aan zyn pen, oprechtheid aan zyn lippen,

Hoe haatlyk aan een' vorst en een en ander fchyn'. Door hoop op uwe deugd tot uw behoud gedreven,

(Waan nooit dat Coligny een' trotsaa'rts hoogmoed ftyv',) Heeft hy, zelfs op uw' drang, oprecht aan u gefchreven: Och! dat myn vrind in bloei en nood dezelfde blyv'!

C Dm

Sluiten