Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORREDE.

Nieuwsgierigheid, gewoon met open mond te luhtren, Wanneer de fchelle faam, het zij door zacht te fluistren Of luid te brommen op heur bogtige trompet, De naakte waarheid naast vermomde leugen zet. Die luistergraage kwam, op Febus Feest, ter ooren Dat wéér een Arbeidsman tot Dichter was gebooren. „ Tot Dichter, (riep zij,) S die eernaam is te groot, „ 7e» zij hem waar verleend de fenixgeest van Poot." ■ Toen deed zij onderzoek naar zijn Dichtkundig leven, Wat God- wat Geest het was die hem had aangedreeven, Van waar zijn loop begon, langs welk een wonderfpoor Hij opgeklommen was tot Febus tempelchoor. Zij zond naar vlaardinge, aan den boord der Maas geleegen, Beroemd en groot gemaakt door ruimen waterzegen, En de euwigheid gewijd door Hoogvliets hemelsch Dicht. Hier Jlelde het gerucht zijn levensloop in't licht; Waar bij 's Mans eigen mond zijn dichtbeoefning meldde, Die d* Onderzoeking aan Nieuwsgierigheid vertelde,

* Met

Sluiten