Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORRED E< fiï

De Dichters neemen dit voor een verfchooning op,

Zij richten in hoe verre ik Pindus hoogen top;

Het doelwit van mijn reis, gelukkig ben genaderd'„

Of ik in 't Lauwerhof ook bloemen- heb vergaderd,

Wier hemel geur--en kleur het Zangrijk Negental

In deze en laater eeuw bekoort en fmaaken zal.

-'t Is waar de bloemen tot mijn Ruiker uitgekoozen,

Zijn deels de zulken die uit eedle fchaamte bloozen -

Ah tot dtn Loofkrans van Apollo afgekeurd;

Doch ieder fchoonheidpronkt op heur beftemde beurt t

Nu wil de Zonnebloem en dan de Lelie bloeiisn

De witte Roozen doen de roode fterker gloeüen,

In Flora''s Lustprieel volgt elk zijn eigen wet,

Een ander -min.t de Tulp, ik roem'-de Fiolet.

Ik kon in dezen -beemd onm-o^o^clijk verwijden

Mijn Kinderbhemtjes aan het Z<vtgkoor toe te wijden;

Dit eiscfrt de kindermin die 't kil/Ie hart ontdooi: i

Mij n Auhwanthen op een vriendengraf gelïrovid,

Moest hun verheerlijkt oog nog onverwelkt aahfchouweni

De groene Palmbosch op mijn Vlaardings Hwfdgebcwwen j

Ten Bouwkroon fiamgevocgd om haar voltooiden .kruin j

Mogt niet bezwijken voor de zuilen van arduin.

De verdre bloemtjes bij gelegenheid gefneden,

Heb ik een plaats vergund om mij bewuste reden i

* 4 Zij

Sluiten