Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

2

£ O %

VAN HET

L A N D-L E V E N,

Toegezongen aan het Taal- en Dichtlievend Genoodfckap in 's Graavenhaage, bij het tweede ophangen van den Prijs, die echter aan niemand werd toegeweezen.

l^dCjn thans ontdooide Zangheldin 5 Wel eer in winterkou bevroozen;

Treedt nu volvrolijk veldwaards in, En ziet de lieve lente bloozen,

Daar levenwekker roozen blaast,

De honigbie op bloemen aast, De fchelle ftem der nachtegaaien

En leeurik, elk op hunne wijs De landvreugd poogen op te haaien: En vergen mij om af te maaien

Het overfchot van 't Paradijs.

Sluiten