Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^ d Ie lof van het

De klaverwei vol gladde koeijen,

Doet uit den hoorn des overvloeds, De melk- en zuivelbeeken vloeijen,

Gelijk een bron van alles goeds; Waar uit een levensdroom van Eden, Wordt. afgeleid naar alle fteeden ;

Die drenkt uit zijn gezondheids bad, Den wellust aller ftedelingen;

Die rundervleesch en zuivelfchat,

Als handeltakken voor de ftad, Verheffen met yolvrolijk zingen.

De geur en kleur van 't lieflijk kruid, Verfpreidt zich over veld en duinen,

En trekt de ziel ten oogen uit, Naar boomwaaranden, warmoestuiuen,

Gelaan met volgedraagen ooft,

In 't zomerzonnevuur gedoofd: De wijnftok, als een boom des levens,

Omvangt den olm in 't Echtverbond, Zijn vrucht verblijdt en fterkt ons tevens, En lokt 's Lands lof, als iets verhevens,

Met maatzang uit der Dichtren mond.

Hier

Sluiten