Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6-. be lof van het

Patrijzen, haazen en konijnen,

De roem van 't welgewilde wild, Doen Jachtlief op het land verfchijnen,

Die, in vermaak, zijn' tijd verfpilt,, Met windhond, vuurroer, valk en netten, Om wildbraad op den disch te zetten,

Wanneer de rijkdom gastmaal houdt. *sLands grooten (tijgen in hun zadels,

En rennen zelf door veld en wöu4:

Dus ziet men 't land, en die het ,bouwt» Bezoeken door den bloem des adels.

De Winter moog' het vcldfieraad Met fneeuwtapijten overdekken:

Die fchoonheid kan den boerenltaat. Ten feest- en bruiloftskleed yerltrekken,

Wanneer de vreugd in Heden rijdt ,

En 't winterfeest wordt ingewijd: De Bouwman zingt van vruchtbre landen,

Van voeder, vee en bouwbeleid; Daar 't vuur uit '«Aardrijks ingewanden, Tot gulle vriendfchaps - offeranden,

De pannekoekcn toebereidt.

Al.

Sluiten