Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Land-léven, *^

Alwaar de vlijt, na harde ploeging-,

En biddend zaait en dankend oogst. Rijst in het 'hart .de vergenoeginjr., ,

En voor Gods troon de lofzang hoogst: De Landman en zijn trouwe hulpe, Zien vrolijk in hun herdersftulpe,

Zich van een naarftig kroost bemind t Zij, met hunn' ftaat en lot te vreden, Zijn tot de nedrigheid gezind, En planten voord van kind tot kinds 't Vermaak der boerenbezigheden.

Sints dat de Oprechtheid werd onttroond, En Staatzucht in heur plaats verheeyen,

Heeft ze in 't onnoozcl veld gewoond, En kweekte, in 't zalig buitenleven,

Een arbeidzaam en zedig kroost,

Op welks gelaat de fchaamte bloost: Hier lokt haar vrolijk zingende ader

De deugden als in Maatfchappij: Die gulle eenvouwigheid komt nader Aan de onfchuld van den eerften Vader,

Dan alle fchoolfche vitterij.

De

Sluiten