Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L A N D-L E V E

Hij die den gloed der Poëzije

In zijne ontroerde borst gevoelt, En 't vuur dier wondre faazernije,

In frisfche buitenlucht verkoelt, Die vlecht zich, door den klank der vedel, De loflaurieren om den fchedel,

Die eeuwig groenen na zijn' dood: Zij, die den duitfchen zangberg dichten,

Begroeten hem als kunstgenoot,

Wie, met den vindingrijken Poot, Het veld verheerlijkt met gedichten.

Gezondheid, de allergrootfte fchat Dien 1 fterflijk lichaam kan erlangen, '

Vloeit niet door de aedren van de ftad, Maar bloost in H vdd op ftisf^è ,vangen; Hier ademt meh gezonder lucht, Van hemelsch zonnevuur bevrucht, Gezuiverd door de koele winden:

Wie hier een woonplaats heeft bereid, Zal, in de fchaduw zijner linden, Op 't zangrijk Landhuis, ondervinden Het zweemfel der onlïernijkheid.

3 Wie

Sluiten