Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S° H E T E W E E T J N.

Hij flaat aan 't woeden; en van redenlicht ontbloot, Werpt hij zich angfiig in de flrikken van de Dood,.

Men noeme 't ftreng Gemoed: Befchuldiger, en Rechter, Jaa Wreeker van het kwaad: 't Geweeten dient ons echter Ten trouwen Raadsman, die ons zedelijk gedrag Naar wijze wetten Huurt, met Goddelijk gezag Ons, in de Algoedheids naam', te rug roept van het kwaade, En tegentreedt met Gods weerhoudende genade. Een Rechtsgeleerde, die het heilig Wetboek draagt; Doch voor een' fnooden fchelm ter Vierfchaare is gedaagd: Door goudzucht aangefpoord deszclfs gevloekte feiten Met valsch getuigenisf' en loosheid vrij te pleiten: Treé Hout ter Raadzaale in, verheugd en blij te moö , Hij fchrijve om zijn vernuft zich de overwinning toe; Maar ziet zijn weérpartij, door zucht tot Recht gedreeven, Verfchijnt niet voor zijn oog, of all' zijn leden beeven , 't Gewisfe wordt ontroerd, door 's Mans oprechte taal: Dan wijst Gerechtigheid hem zwaard en redenfchaal; Dan fchijnt de Pleitzaal zelf te wanklen op haar muuren , 't Misduide boek der Wett' in zijne borst te ontvuuren, Het valsch getuigfchrift is verzegeld in zijn hand, Zijn Hamerende tong legt aan een' Herken band,

En

Sluiten