Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gtf S E T « B W E R T E N.

9, Rechtvaardigheid verdelgt aldus het boos gedacht!

,j Doch hoedt de zuivre deugd door onbepaalde magt.

„ Gij zult, hoe 't gaa, Gods hulpe en vriendfehap ondervinden.'*

De vroome ziel heeft kalmte in 't buldren van de winden,

Hij ziet zijn Godheid aan in elke blixemftraal',

En fpoort zijn Vennoots aan met onvertfaagde taal'.

„ Betoont uw Vlijt, houdt moed, fteunt op de hulp des Heeren ,

„ Die ook de groote Zee in land kan doen verkeeren;

„ Ik hoor de wondre Hem van zijn Ahnogenheid,

„ Die 't Cherubijnenheir tot onze hulp' bereidt,

„ 't Geen ons geleiden zal in een gewenschte haven;

Of moet de waterplas ons fterflijk deel begraaven , 9, Ik ben den dood getroost: ontzinkt ons 't brooze wrak, „ De ziel gaat niet ten grond; maar rijst aan 't ^tarrendak,-,''

Indien de Dwinglandij de Menschheid durft verkrachten j Het Medeweeten zal het knellend leed verzachten : Hoe verr' de Slaavernij' de reedlijkheid verbeest', j De zelfsbewustheid doet den Goddelijken geest Zich heffen aan 't geftarnte, en moedig triumfeeren. Ziet arme Slaaven in den dienst van harde heeren, En let in wien van twee volmaakter menschheid woont f Die niet door lichaams leest j maar reden zich vertoont.

De

Sluiten