Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEWEETEN. 63

De vrijheid van 't Gemoed doet hun gezangen zweeven,

Als ademtochten van 't gerust en vrolijk leven:

Zij Hellen de eedle Deugd in zulk een heerlijk licht,

Dat de Ondeugd voor heur' glans als donkre fchadnw ■zwigt;

En doen een' eedle ziel in Menfchenliefde blaakcn ,

Hun Cherubijnen taal kan (lichten en vermaaken,

Zij vloeit als hemeldaauw met zachte lieflijkheid',

En leidt ons tot den dienst der Oppermajefteit;

Of dreunt den Dampkring door met onvermoeide galmen,

Wanneer zij 's Hoogftenslof bazuint met dankbre Pfalmen.

Jaa rolt naar 't Hemelhof met onnavolgbren toon,

Wen zij de hoope (Ireelt met Godsgenadeloon,

Den vroomen toegekeurd ter Vierfchaar van 't Geweeten:

En door de Dichteren , als Hemelfche Profeeten ,

En uittrompettcrs van de zaalge onfterflijkheid,

Vernuftig opgefpeurd en luisterrijk verbreid.

Dan drijft hun vlotte ziel in 't zog van hun gezangen,

Daar zij door 't zalig choor der Englen Gods ontvangen,

En blij gewelkomt aan des Hemels vreugdekust,

Geplaatst in 't middenpunt van zaal'ge weelde en rust,

Bekroond met Palmen en verwelklooze Amaranthen,

Verheerlijkt tot den rang van 's Hemels Troontrouwanten ,

E 4 De

Sluiten