Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE W A A R E CHRISTEN. 75

Wie durft mijn held den roem betwisten

Van 't edelst voorwerp dezer Aard!Naast Christus is de waare Christen

De fchoonfte lofgezangen waard. Zijn openbaar — zijn burgerleven

Verbreidt den roem van Gods genaê: Maar flaa zijn hart, tot God verheeven ,

In ftille Godsdienstoeffning gae: Treed nader, fluit zijn dervende oogen, Gij ziet - gij tast Gods alvermoogen.

De teedre Christen, afgezonderd

Van Aardsch en menfchelijk gewoel, Bepeinst, aanbidt, verheft, bewondert

De Godheid in haar heerlijk doel: Hij Haat met diepen eerbied gade

De wijsheid van Gods albewind, De wondre keten der genade

Die Zondaars met hunn' God verbindt, En opleidt tot de troongewelven. Uier zwijmt hij en verliest zich zei ven.

F Hij

Sluiten