Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82 DE 'WAARE C H R ï S T Ë KT.

In die verheffing van gedagten,

Is 't Hemelrond zijn rustzalet, De Maan zijn licht' in donkre nachten,

Het geurig bloemtapijt zijn bed, De Zon zijn leidsman op zijn paden,

De vrucht van 't wild geboomt zijn fpijs, Een frisfohe beek zijn drank, zijn baden,

Het woeste bosch zijn Paradijs., < Een Englcnwacht zijn kragtig wapen: Dus is 't Heelal voor' hem gefchapen,

In dit bemoedigend vertrouwen,

Heeft hij, zijn hart tot God gewend, Dien hij, als Wijsgeer, mag bcfchoüweii

In 't Wclffel van zijn glorietent, In de Aarde'en al haar plantgewasfen,

Haar heiren wild en tam gediert, In rijk bezielde waterplasfen,

In Lucht die vol van zangers zwiert; Elk wederfpreekt den Godverzaaker, 't Heelal roept uit: „God is mijn maakcr."

De

Sluiten