Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O6 & H W B £ X E X S D W A N ö»

„ Dat gij 3t heritel der menfchen moet gedoogcn?

Hervat nog eens tnv ouverzctlijk poogen.

Ik Weet nog raad die allen wêerfland tart, . „ Gij immers kent het zwak van 't mcnschlijk hart s j, Het voelt zich thans, door ijdle gldrieprikklen, „ In 't onderzoek der Godgehcimen wikklcn; „ Een fterfling ziet de Heilzon in 't gezicht,

Een Chaos van begrippen treedt in 't licht,

De Godsdienst die het hart met God Vereende „ Van wien de Deugd haar levenskracht Ontleendes„ De Maatfchappij haar' bloei en groei ontving j ,, Is reeds verkeerd in een bcfpiegeling.

Ziet Kerk en School een ftrijdig Stelfel leeren „ De haat het hart der Geestlijkheid regeercn: „ Nu is 't uw tijd dat ge een Gezantfchap zendt, „ Met last en list tot nog toe onbekend: „ Die Mensch en Mensch clkandren doe ontlijven,

De Geestlijkheid een faamenkomst befchrijven, „ Die zich voor God en Mensch rechtzinnig noem',

„ En om verfchil haar' evenmensen verdoem'."

i s afetssfïabs'i jsiliil &uh tir.'V^-,, i-'olv 1 tooV

De Heigeest ,zwccg,- op 't vrolijk handenkJappcii, En 't Heihof trad in die geduchte Happen:

Ecia

Sluiten