Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90 fflSWEETENSDWANc;

Dan zult gij baast den mond der valschheid fnoeren, „ Dan zal uw hand den Ketterblikfem voeren: ,, Gij hebt dat Volk toch uw genade ontzeid. ,, 'k Verlaat mij dan op uw rechtzinnigheid. „ Gij immers zult mijn hoope niet befchaamen!" Dit werd beftemd met een drievouwig: Amen. Rechtzinnigheid was toen de huichelmom, Onfeilbaarheid fchreeuwde alle wêerfpraak Hom. De Regelmaat van ons Geloof en Leven Werd onderzocht, en zulk een' zin gegeeven Als allerbest met hun vooroordeel (trookt: Terwijl hun bloed in kloppende aedren kookt, Wanneer partij zijn (telling voor doet leezen. Met klaar begrip, dat voor een reedlijk wezen Het beste merk der achtbre waarheid is, Moest onderdoen voor 't oud getuigenis. De Reden, die hun ftelfel wil beklemmen, Werd niet gehoord door 't fchreeuwend overitcmmen. De Waarheid werd gewoogen in een fchaal, Waar tegen toch ? Wel tegen vuur en (taal. De Godheid fprak in 's Menfchen vrij Geweeten, Maar God werd zelf een Leugengeest geheeten.

De

Sluiten