Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏOO ffEWEETENSpWAWfc."

Verbleekt en bloost op die verraadersflreeken;

Een Koning beeft wanneer de Priefters fpreeken.

Hij weet hun hart is vol vergalden haat,

Hun vinger (leekt zeer diep in 't (lof van Staat.

Hij weet hoe zij de Staatsbefluiten dwingen,

Of naar den hals der Burgervaedren dingen;

Wanneer hun tong, gelijk een muittrompet,

Het domme graauw in woedend Oproer zet:

En dan, gelijk gehuurde Hemelbooden ,

Hun fchuld, hoe 't gaê, nog fchuiven op de Goden,

En dreigen met hun blikfem, boete en ban:

Als waar de God des vredes een tiran ,

Een werktuig van rechtvaardigheid verfleeken,

Om Priefters haat op Vorst en Volk te wreekeo.

Integendeel zij kent de huichelmom,

De vleijerij van't looze Prieftcrdom.

Zij weet hoe dit ten fchild der boosheid ftrekte,

Hoe 't offerkleed de gruweldaaden dekte,

Hoe veilig zich de gierigheid verzaadt,

Die om 't Heelal heur reikende armen (laat,

En hoe gerust dë Heerschzucht elk beleedigt;

Wanneer de Kerk de dwinglandij verdeedigt,

Sluiten