Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

e I W E E T E N S O W A N G. lö"3

Ën zoo zijn Staf in 't helfche vuur gegloeid, En zwaar vervloekt, dè bloote handen fchroeit; Moet hij terftond gelijk een Ketter fneeven — Zijn erf bezit aan beulen overgeevcil: Want Gierigheid, het Algemeen Geloof^ Is door' de Hel gerechtigd tot dien roof.

Hier zoud het mij tot-vol- genoegen (trekken Mijn tafereel met wolken te overdekken, Indien de Kerk heur' moord--en plpnderfpel Niet zelf verborg in fchaduw van de Hel: In fchaduw van den rook der martelvuureu , Wier pijuigfng zelfs de Onfchuld nioest verduuren; . Want immers nu fpoog Aro.ns tnoverdraak Een' fulferftroom van ■ uitgezochte wraak. Die Vicrfchaar mooge een treilend voorbeeld feilen., ; Een Koning ftrajf verwonnen rijksrebellcn, De Minnenijd neenf' vrouwenwrok te baat. Dat is genaè bij geestelijken haat; Wier woede zelf Buzirus' doet vcrbleeken. Of zoud 't de Hel aan foltertuig pntbreeken? Neen, Falaris brult uit zijn' kopren (tier. Gelukkig hij, die- .door een tijger-dier -

Sluiten