Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op het zevende jaargetijde enz. 157Gij in eer houdt, en gefladig

In uw kinderfpel herdenkt. Staan uw prikken dan in rangen,

Op den grond van 't Heiligdom, Naar den toon der Feestgezangen:

Werp ze met een lodder om, Wil de winst in (lukken kraaken ,

Neem het pit voor lekker aas, Om ten Offermaal, ie fmaaken,

Toegewijd aan Sint- Niklaas, j Geestig zoontje, jeugdig (pruitje ,

Dat nu zeven jaaren telt; Let toch op 't aanminnig fluitje,

Op uw Jaargetij gefield. Laat uw reden zich ontwikklen:

Voedt gij fleeds een grooter geest; Laat mijn woorden u dan prikkien,

Schoei dan op uws Vaders leest, 't Zal mij groote vreugde geeven,

Zoo het kinderfpel u fmaakt, ' Als een Schouwburg die uw leven

Keurig fchetst en fraai volmaakt.

I- 3 Al-

Sluiten