Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TER. EERSTE VERJAARÏNGE ENZ. 103

Nu ftreelt de Hemel ons gemoed, En droogt ons beider traanenwellen Wil onzen ramp geheel herliellen: Ik voel het hart van vreugde zwellen Dat dooden Janus in den leeveuden begroet.

Des zal ik flreclend maatgeluid Doen rollen door het fchomlend lover. Op dat ik oor en hart verroover: Ik reik ons Zoontje een Dichtkrans over, Van vleijend letterloof, zoo frisch als lentekruid.

Groei jeugdig fpruitje, groei (leeds voord, Braaveer de frisfchc lentebloemen: Dan zal ik uwen voorfpoed roemen — U in mijn zang gelukkig noemen, Dan wordt het drietal nooit weêr in zijn vreugd geflootd.

Gezondheid, die een' roozengloed Verfpreid heeft op uw blanke kaaken, Moet vlijtig voor uw' welfland waaken —

Üws Ouders vreugde — uw heil volmaaken,

i

En ilorte in fterker lijf een even geestig bloed.

Veor-

Sluiten