Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I §4 tbr EER^Tfi VêSJAARTKGE ENZ.

De Kinkhoest deed zijn fteiïï öök hoóren,

Zijn fchorre bloedëisch Was te draf. Hij deed uw liefde Zusje fmooren: U fch'éen het zelfde lot befeho'oren;

Maar neen! ge ontvlood hêt Graf.

Gij leeft nog, jaa! met moeite en zorgen,

ó Welk een fehriklijk Schrikkeljaar, Is dit uw lieve levensmórgen, Wat of de dag nog houdt verborgen, Wat de avond openbaar!

Moet ligt uw Zon met flaauwe draaien,-

Ontijdig zinken in den nacht : Dit zal mij troosten in mijn kwaaien', Dat ik dan aan de Hemelz-aalen, Uw blijde Heildar wacht.

Ik zoude uw Uitvaart zingend vieren ^

En Leliën van éénen dag Vermengen met uwe Eerlaurieren —»' Uw nat beweende Grafzerk deren Met een veelzeggend achi

Sluiten