Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T R I U 1M F ENZ»

'Nog zie ik hem , in Goddelijker wooning. Een' ftoel gezet, met luisterrijker krooning

Dan letterloof geplukt op Pindus t-in : Zijn Godlijk deel neemt Cherubijnen fchachtcn, Mijn Diehtnimf fnelt, op wieken van gedachten ,

Hem juichend na ten hoogen Hemel in.

Zij ziet hem door een Vlugt van goede Werken, Omringen, op genade en goedheids vlerken ,

En hellen op een pratten Outertroon, In rt midden van den ring der Oudelingen, Om vooii het Lam een Zegezang te zingen,

Door Godvrucht zelf geftelt op Englen toon.

Want Dichtkunst, eerst uit IIcmelsch zaad gehooren; Noopt zijnen geest met fcherper ijver fpooren ,

Nu zij met hem op Starrenronden treedt, Om 't Oppcrgoed te looveu met zijn fnaaren*. Mijn Zangnimf wenscht heur Item met hem te paaren;

Doch zbj gevoelt de trekking der magneet,

N 3 Z'j

Sluiten