Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏJ4 fJ K ** E tó A 8 11 T E N I S E N 7S,

Een Puikpoëet, wiens kruin alle ewnven dqor zal prijkens

Met blinkenden Laurier: wiens Hemclsch kunstgeluid En kloek vernuft Schiedam vereerde, door het (lichten

Van 't Kunstgenootfchap , aan de Dichtkunst toegewijd: liet welk, zoo lang Verhaag het als een Zpn bleef lichten»

Met reden roemen mogt dat Wijsheid groeii door Vlijt: Die Vriend van 't Negental en groote Zangberg Stichter,

Die ons grootmoedig wees de llcile wijsheidsbaan, Wiens naam onflerflijk is als een Vrijdenkend Dichter;

Die Zon is weinig na den middag wech gegaan, ö Zegenrijk Schiedam befchrei,. met liefde traancn,

Het fmertlijk affcheid van een Burger u zoo waare!, Vergun dit groote licht, in zijn langduurig taancn,

Eene aangenaame rulle in uw geheiligde aard', Door Geestelijken haat noch woelingen te ftooren,

Daar hem de Grafzerk dekt voor 't knaagen van den Nijd , Of feboon het kittlig oor zijn heufche taal moet hqoren,

En laffe tegenfpraak zich zelf, verteert van fpijt. Geleid het dierbaar lijk, dat levende u verlustte,

Met Rouwfloers overdekt, in alle eerbiedigheid, Uit dankerkentenis, tot aan de plaats der ruste;

Daar Themis u verzelt, die haar verlies befchreit,

* • ,. En

Sluiten