Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X. IJ K 0 f F C R Ê U 2# f^J,

Ëi**ÉSatütf op den dag het werkzaam levensvuur •

Bedekken door een' damp van zwakheid der Natuur,

Die hem met krankheid aan zijn rustbed hield gekluifterd,

Gelijk de gouden Zon wordt voor orfs oog verduifter'd,

Nog verre van de kim, door tusfehenkomst der Maan.

Dus werd hij jaareu lang, voor 't eindlijk ondergaan,

Als met eene Avondbank van wolken overtopgen,

Waar agter hij verdween uit zijner Zoonen oogen:

Om, t' wijl zijn lichaam wacht op fchooner Morgcnltond 4

Gelijk een nieuwe Zon, aan 't hoogverheven rond

Te ftraalen, met een licht, te heerlijk voor deze Aardes

Maar 't geen' hij voor den kring der zaligheid bewaarde^

Want toen die groote Zon op 't midden van den dag,

Des Aardrijks heerlijkheid alom verdonkerd zag,

Met eencn kring van damp, die zijn geluk verkleinde,

Heeft hij met ernst gedacht aan 't naedren van zijn einde,

En bij het fluiten van zijn, eertijds fcherp, gezicht,

Zijn aangezicht gekeerd naar 't ongenaakbaar Ekht,

Waaf bij aan hem verfcheen, door Heilgeioove en IIpopc^

Aan 't einde van zijn baan, ten weften van Europe,

Een rustplaats, in de Zee Van Schuldverzoenend bloed,

Die 't heilig liefdevuur doet fisfisi in haar' vloed.

Du?

Sluiten