Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eo4 TER UITVAART ENZ.

Hij boven dof en derflijkheid verheeven, In 't heilig vuur van Hemelmin gedoofd,

Zag onzen Bol met duistcrnisfe omgeeven, Van luister en bekoorlijkheid beroofd;

Gelijk een dofje in 't droomcnd zonlicht fpeelen:

En 't blaakend vuur van Staat en Kerkkrakkeclen Door liefde en vree gelijk een vonk gedoofd.

Zijn denkbeeld van deze Aarde is zelfs verdweenen, In 't hersfenbeeld van 't eindloos Algcdicht,

Toen hem 't Palcis der Godheid is verfchecnen In 't Middenpunt dat duizend Zonnen licht:

Hij werd verrukt, bedwelmd, zich zelf onttoogen,

Vernieuwd, bedeeld met eedier zielsvermoogen, Naar 't Burgerfchap der Godsdad ingericht.

Die Vroome Ziel, op een der Ilemelfeesten, Van de Englcnrij in 't Voorpoortaal ontmoet,

Werd door een heir van afgefcheiden geesten , Als Broeder, met de Kruisbanier begroet:

De Godsdienst en de Dichtkunst, Gods trauwanten ,

Geleidden hem, als Jezus Afgezanten, I41 't Paradijs, dat al zijn leed verzoet.

I

Sluiten