Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TER UITVAART ENZ. 2.0?

Zijn grootcn Geest van Dichtvuur overgooten, Die de eedle fpreuk Kunstliefde Spaart geen Vlijt,

Ten Gilde fpreuk der Haagfchc Kunstgenooten , Geweeven had in 't heilig Koortapijt,

Gewoon voor God en Vaderland te zingen;

Werd nu verhoogd, gefchikt voor ruimer kringen, Alleen aan God en Jezus toegewijd.

Hij wilde vlugs een nieuw Genootfchap planten,

Dat Vaders gunst en Jezus liefde zong: Wielheefen, Spex zijn oude Kunstverwanten ,

Z;jn Hartvriend Voet, die Davids toon vervong, Gevoelden zich door de eigen drift gedrecven; Gods liefde werd een Danklied aangeheeven,

Dat door het hart der Hemellieden drong.

De ganfche drom van zielen toegefchooten,

Heft aan — Vaart op in 't Hemelsch kunstgeluid,

Het Englenchoor treed toe als Kunstgenooten, En Ziel en Geest galmt Jezus goedheid uit.

De Broederfchap, in Gods befcherming veilig,

Heft beurtwijze aan, en 't heilig! heilig! heilig! Rolt door 't Heelal, van tijd noch grens gefluit.

O 4 TER

Sluiten