Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T E R E^D A C H T E N I S S E ÏNZ. 20<)"

En deed een geur van Paradijslucht ftroomen , Waar door den Dood zijn invloed fcheen benooraen. Dan, naar men zegt, toen Vlaardings Eerkroon viel, Werd van der Ruit, getroffen in haar ziel, Het leven moede, en wenschte nwenigweryén, Gelijk een bloem, nu uitgebloeid, te' flerven , Zij boog het hoofd weemoedig naar den grond , Heur kracht verviel, zij floot haar' hculchen mond, Haar levensvuur en werkzaamheid verkoelde, Nu 't zingeftel geen prikkeling gevoelde, Werd al haar bloed en levensfappen ijs Heur vleesch gezaaid voor 't zalig Paradijs. Zij is haar' Zoon haar' eenigen ontdraagen, Die lang met haar zijn prille levensdagen Genoeglijk fleet in peinzende eenzaamheid; En om haar' dood de oprechtfte traapen fchreit. Thans heeft haar Ziel in Edens groene drceven, Na twintig- en vijfjaarig overleeven, 'sLands Hoofdpoëet haar' Echtgenoot hertrouwd, Waar mede zij voor eeuwig bruiloft houdt, In eenen kring van eertijds waarde Vrinden, Die voor Gods troon elkander wedervinden,

O 5 Wier

u . /

Sluiten