Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TER. GEDACHTENISSE ENZ., 21 i

Dat Greenwoods hand hier Vinding fchenkt en leven, Uit Hoogvliets kelk met Vpndels beeld befchreeven. Dat Willemlief, hun vroeg verflenfle fpruit, En al 't geflacht van Vader Van der Ruit. Haar wederom met de eerfle liefde ontmoeten. Dan onderwijl de vrienden haar begroetten, Herdacht heur Man aan hunn' voorgaandcn ftand; En floeg z}jn oog naar 't zuchtend Nederland, Met zoo veel ernst dat hij naar Vlaarding vraagde , Daar zijn Geboorte — en teffens — Heilzon daagde, Daar nog zijn asch en koud gebeente rust, En naar zijn' Zoon, weleer zijn levenslust, Naar 't gunflig Lot van zijn geliefde Dichten; En of men iets zijn naam ter eer deed ftichten? De braave Vrouw verbleekte op deze taal, En antwoordde op die vraagcn, heur Gemaal: Laat de Aarde en al haar valfche grootheid zinken, 't Zij u genoeg hier als een Zon te blinken; Ons Vaderland verzonk in burgerflrijd, De Dood heeft mjj van dezen ramp bevrijd: Johannes is den drang des Volks ontheven, Hem is een deel van uwen geest gegeeven;

Doch

Sluiten