Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112 T E R GEDACHTENISSE ENZ,

Doch evenwel miskent het Volk uw' Zoon. Uw Vaderftad verloor haar Grorikroon, En ondervindt den zichfbren haat der Goden, Sints Godvrucht Vrede en Eendragt zijn gevloodcn; De Welvaart met de goede trouw vereend, Zijn reeds verkocht of in de Bank beleend: (*> Mijn koud gebeente is bij uwe asch begraaveu, Een blaauwe Zerk bedekt uw hemelgaaven: Daar 't marmerbeeld moest roepen, tot uwe eer:

Hier rust het (lof van Nederlands Homeer." Uw Heldendicht, afgodisch aangebeeden. "Wordt, op den naam van fijnen fmaak, vertreeden, De Modegeest misvormt het fchoon gelaat , De Vitterij dringt in den Hemelraad, Uw Godheid wordt als Afgod uitgekrecten, Gelochend van Kunstrechters en Poëten; Jaa had men u een Eerbeeld opgerecht, Plet was door Nijd en Domheid reeds geflecht. Die harde taal, hoe vreemd in Hoogvliets ooren, Was niet in ftaat zijn zaligheid te ftooren.

Hij

(*) De Stads-Leenbank heeft ruim ioo'jaaren in de Familie varHoogvliet geweest.

Sluiten