Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

&20 OP DE ROOMSCHE KERK ENZ,

De Geeftclijke Dienst, die aan de Bron van Zegen » 'Aan 't Geestlijk Wezen Gods, liet allerhoogst betaamt, Is 't reedlijk willen, dat tot Gode oprecht geneegen, Ons als een' Wijrookgeur bij Hem veraangenaamt. Dit reukwerk aangevuurd op warme Hartaltaaren, Reikt zijn gewijde vlam tot aan den Sterrenboog; Daar Plechtigheeden flegts, als donkre rookpilaaren, De Zielsgehoorzaamheid verbergen voor ons oog: Zal nu het Godlijk Deel, door zuivre zucht gedreeven Tot Dankërkentenisfe, aan 't Albedeelend Goed 'Zich zelve, uit Hemelmin, gewillig overgeeven: De Vrijheid, naauw verknocht aan 't redelijk gemoed, Vereischt dat onze Wil het laatst betrekklijk Oordeel, Door 't Scherp Verltand geveld naar Redens overwigt, Alleen vrijwillig volge; en niet om tijdlijk voordeel Of nadeel zich verflaave aan een' verfierden Plicht ; Die 't redelijk begrip, na vlijtig overdenken, Zoo verr' het mooglijk is voor 't menfchelijk verltand, i\iet, zonder de infpraa'k Van een teêr gemoed te krenken, Erkent voor iets dat God vejëischt van onze hand,

Sluiten